Een Travellerspoint reis blog

Toba!

De supervulkaan is echt super!

Jaja, den deze is goed bezig met bloggen he! Ik wil gewoon alles van voor de Joker-reis af hebben, want eens die bezig is ga ik me zeker geen uren meer kunnen vrijmaken om alles te vertellen.

Dus, nu doordoen! Heb trouwens toch tijd. Mijn groep hangt nu waarschijnlijk ergens tussen Frankfurt en Kuala Lumpur.

Ik had dus de tourist bus afgehuurd van Berastagi naar Toba, en dat bleek later wel een aangename keuze te zijn. De chauffeur was immers regelmatig chauffeur voor de Joker-groepen die door Sumatra reizen! Wat een toeval. Dan veel gebabbeld over Joker, de groepen, welk programma ze afwerkten,... De chauffeur gaf dan ook spontaan veel meer uitleg bij de streek, de gewoonten etc.

Onderweg ook nog even aan een waterval gestopt, en van daar had je dat een prachtig zicht op Danau Toba (het Toba-meer). Daar was ie dan, de supervulkaan. Het vulkanisch meer, dat 100 km lang is en 40km breed ligt in het midden van een supervulkaan, die 75000 jaar geleden een fameus is uitgebarsten. Er wordt verondersteld dat die uitbarsting de wereld toen in een nieuwe ijstijd heeft gestort. In het midden is ook een schiereiland, Samosir, dat is ontstaan door een latere, zij het minder krachtige uitbarsting. Daar ging ik verblijven, in het dorp Tuktuk. Meer info over Toba op http://en.wikipedia.org/wiki/Lake_Toba

Met de chauffeur dan nog een Babi Pangang gegeten in een lokaal restaurantje. Bijna alle namen van de gerechten bij 'De Chinees' zijn trouwens allemaal Indonesich! Nasi en Bami Goreng, Babi Pangang, Loempia,... noem maar op! Alleen Peking Duck is geen Indonesisch denk ik :) De chauffeur heeft me daarna nog afgezet bij een taxiservice terug naar Medan, waar ik dan aan een heel schappelijke prijs mijn ticket gekocht heb voor de terugreis enkele dagen later.

Daarna de ferry genomen, vergezeld door een heleboel proppers die hun hotel kwamen aanbieden. Van andere toeristen had ik gehoord dat Tabo zeker de moeite was, en Gabrielm, propper van Tabo was blij dat hij toch een klant had waar hij niet veel moeite voor hoefde te doen. Tabo was idd de moeite. Aangezien het net september was geworden, en heel rustig op het eiland op het vlak van toeristen, heb ik de mooie deluxe-kamer gekregen voor de prijs van een gewone. Mooi, groot, propere badkamer met zowaar een warme douche. Zaligheid. Nadien Tuk Tuk, het schiereiland van het schiereiland, gaan verkennen. Het duurde toch een uurtje vooraleer je helemaal rondgewandeld bent. 's avonds nog in een cafe een filn gaan kijken. Australia stond op de programmatie, maar aangezien ik alweer de enige klant was, mocht ik kiezen, en het is Casino Royale van James Bond geworden. Mijn eerste film in meer dan een maand. Was best wel aangenaam. 's avonds nog een pint gaan drinken in een cafeetje, en wat pool gespeeld met lokale Batak-jongeren. De Batak zijn de etnische stam die op en rond Toba woont. Tot in de 19e eeuw nog een kannibalistische stam, maar met toch een eigen schrift en vrij rigide wetten en regels. Die praktijken duurden totdat enkele Duitse missionarissen vrij succesvol de stam bekeerd hadden. Nu zijn ze vrome allemaal protestanten. Heel vriendelijke mensen, die houden van muziek maken. 's avonds hoor je dan uit enkele huizen muziek en gezang. Heel gezellig allemaal.

De volgende ochtend, na een heerlijk ontbijt met zowaar versgebakken bruin brood (de eigenares was een met-een-Batak-getrouwde Duitse), een scooter gehuurd en het eiland gaan verkennen. En was me dat een avontuur!

Een mooie scooter, met 7000 km op de teller, maar toch ook al de nodige schaafwonden te zien, (en niet verzekerd). De eigenaar doet hem goed vol bezine, en vertelt me dat het genoeg is om langs het water naar de andere kant van het schiereiland (42 km) te rijden en terug. Hij wou de scooter terug om 17u (madam had liever om 16u :) ).
Ik vertrek, rond 9u, zonnetje schijnt, zonder helm (niet naar gevraagd), cruisen langs het prachtige landschap. Onderweg nog even gestopt bij een museum voor een traditionele Batak-dans bij te wonen, en verder te cruisen. Iets na de middag bereik ik de andere kant van het schiereiland, en nestel me in een plaatselijk restaurantje om de lokale vis eens te proeven (bijzonder lekker!). Wanneer ik aan de vriendelijke ober vertel dat ik richting rongornihuta (of zoiets) ga, kijkt hij me vreemd aan en vraagt waarom ik daarnaartoe ga. Ik wou ipv langs het water terug te rijden over de heuvelkam heen rijden, eens een andere weg, en ik hoopte van daarboven een heel mooi zicht te hebben op het meer en misschien heel het schiereiland te kunnen zien. Ik zeg dus tegen de ober dat ik naar Sidihoni- een meer op de heuvel - wil gaan kijken. Hij begrijpt het en vertelt me dat de weg ernaartoe slecht is (ervan uitgaande dat alle wegen op Sumatra op niks trekken, denk ik dat het wel zal meevallen).
Ik vertrek na de smakelijk lunch, en baan me een weg naar boven. De weg is idd erbarmelijk slecht, nog slechter dan anders, maar goed, het gaat nog redelijk vlot en ik blijf stijgen en stijgen, telkens vragend aan de mensen of dit nog steeds de weg naar Sidihoni was. Jaja, zeiden ze, en ik bleef rijden. Na een dikke 45 minuten bereik ik Sidihoni, minder indrukwekkend dan ik had gehoopt, maar toch ok. Volgens een bedenkelijk plannetje uit het hotel loopt er een weg mooi over het eiland richting Tuktuk, waar mijn hotel lag. Ik besloot dus om mijn weg in dezelfde richting verder te zetten, de weg nog steeds in abominabele staat, maar mijn bezinemeter nog steeds boven de helft, dus alles ok.
In Rongornihuta, het hoogste punt, waar de bomen het mooie zicht versperden, uitgenodigd voor een koffie bij een dorpsbewoner, maar niet lang gebleven, want er kwam een onweer aan, en wou voortmaken. Hij vertelde me dat het nog 1.5 uur naar Tuktuk was. Wat hij me er niet bij vertelde was hoe bedenkelijk de weg was. Die ging snel over in een bos, waar het eerder een grote-stenen-pad werd, vol met plassen, modder en slijk (het was ondertussen ook al beginnen regenen). Naja, erdoor dus. Benzinetank net iets onder de helft, dus dat zou zeker lukken, aangezien het vanaf nu bergaf was, en ik minder zou verbruiken. Bovendien leek de afstand op het plannetje niet zo groot. Ik dus door het bos, aan een tegenligger nog eens gevraagd of het de juiste weg was. Jaja. Ik dan in ware Stefan Everts stijl de scooter tussen de stenen, modder, slijk, takken en watnogallemaal aan het manouvreren. Ondertussen waren de wolken ook neergedaald, en was het vrij mistig in het bos, en door het draaien en keren van de weg, was ik ook alle gevoel voor richting kwijtgeraakt. Na een goeie 45 minuten ploeteren kwam ik bij een Y-splitsing. Maar geen pijl of andere vorm van aanduiding. Ook was ik in de laatste 45 minuten niemand meer tegengekomen, buiten die tegenligger van in het begin. Hmmm. Hier stond ik dan, helemaal alleen in het bos, geen idee waarnaartoe, met nog een kwart benzine in de tank. Het plannetje bood geen hulp. Ervan uitgaande dat de linkse weg toch tenminste naar de oostkant zou gaan (waar ik naartoe moest), de linkse genomen. Voor het volgende half uur was het juist vantzelfde, Maneuvreren tussen stenen, door het slijk de scooter proberen recht te houden, met de benen steunend in de modderplassen. Heb toen ook eens de zijkant van de scooter tegen mijn been gekregen, met als resultaat een lichte schaafwonde. Ondertussen leek de bezinetank steeds sneller en sneller naar beneden te gaan. Mijn enige hoop was dat het nu enkel maar bergaf kon gaan, zodat ik de scooter af en toe kon afleggen en gewoon naar beneden bollen.
Plots zie ik een zijweg in betere staat, met een nieuwe goot erlangs. Yes! denk ik, een vernieuwde weg, dat moet de beste weg naar beneden zijn. Idd, de weg gaat vlot naar beneden, door de mist, de motor af en bollen maar. Alleen na 1.5 km is de weg gebaricadeerd met boomstammen. F*ck! Een hele weg terug naar boven aan benzine verkloot! Tijdens het stijgen ging de bezinemeter vlot naar het rood, gelukkig enkel door het stijgen. terug het "goede" pad dan de weg verdergezet, en gingen allerlei scenarios door mijn hoofd. Wat als ik hier in het midden van het bos zonder benzine val, geen gsm, geen eten, beetje water, geen andere mensen en vooral geen idee waar ik ben! Wat als ik val en me bezeer, wat als ik een grote steen raak en de scooter begeeft het (had er al een paar geraakt), wat als ik platte band krijg...op dat ogenblik beeft de aarde op Java...
De weg gaat kronkelend, stijgend en dalend, maar gelukkig meer dalend, verder. Tot ik opnieuw onder de wolken zit. Alweer een half uur later passeer ik een huis. Ah, eindelijk andere mensen! Ik vraag of dat de weg naar beneden is (kan met niet schelen waar, want beneden is benzine). Ze beaamt, maar heeft jammer genoeg geen benzine te koop. Naja, de meter staat ietsje boven het rood, moet wel lukken denk je dan. Ik rij verder en bij het volgende dorpje vraag ik opnieuw de weg naar beneden, want met allerlei zijwegen weet je het niet goed. Ook hier geen bezine te koop, en als ik mijn meter toon en vraag of ik het dorp beneden haal, schudt hij zijn hoofd. "No". Aiai. Naja, er zit niets anders op dan verder te gaan en zien waar we uitkomen. Ondertussen heb ik ook mijn scooter eens bekeken en die zit volledig onder de modder(Aiaiai, wat zouden die mensen wel denken, zeker als ik zogezegd enkel op de asfaltweg ging blijven).

Weg verdergezet, zo spaarzaam met de benzine als mogelijk, aan elk huisje stoppend, maar het antwoord op de vraag of ze benzine verkochten was telkens een neen, al toonden ze wel dat er verder wel benzine te koop was, maar hoe ver??? Even later (20 min) was ik volledig onder de wolken door, en kon ik me opnieuw orienteren. De weg ging naar... de verkeerde kant van het eiland! Daar waar ik had gelunched! Vandaar was het zeker 2 uur rijden naar het hotel. En het was al 16u! Aiaiaia. Madam ging niet content zijn. Maar dat was op dat ogenblik het minst van mijn zorgen. Mijn hoofdbekommernis was er gewoon geraken! Ondertussen was de benzinemeter al voor de helft in het rood... En het ging nog een hele eind zijn tot beneden. Alle huisje hetzelfde, geen benzine maar verder wel. Aiaiaiai. Net toen de meter de onderkant van het rood bereikte stond er nog een hutje. Benzine? Yes! Oef! Ik zou op zn minst thuis geraken. Dat het veel later ging zijn dan verwacht, en met een scooter in abominabele staat, speelde even geen rol. De volle 80 eurocent betaald voor 2 liter benzine, en de weg verdergezet. Hoe meer je naar beneden ging, des te beter de wegen ook waren. Tegen 17u, het tijdstip waartegen de scooter binnen moest zijn, bereikte ik de weg langs het water, Aha! En vanaf dan in volle vaart richting Tuktuk. Waar ik in het heenrijden op mijn gemak reed, trok ik nu vaak de gas volledig open en reed ik soms tegen 80 km-u de weg af. Gelukkig was er quasi geen verkeer meer. Maar dat hielp nog altijd niet tegen het te laat zijn en de scooter vol modder. Gelukkig passeerde ik een 'Doorsmeer', Idonesisch voor carwash, waar iemand zijn auto stond te wassen. Aha! ik 5000 rupiah betaald (30 ct) om van zijn lans gebruik te mogen maken en mijn scooter volledig schoon te spuiten en alle sporen van mijn buitensporig avontuur te wissen. Als laatste ook nog mijn benen vol modder afgespoten zodat die ook weer mooi stonden te blinken.
Dat het 5 minuten tijd gekost heeft, speelde geen rol, zolang die mensen maar een mooie scooter te zien kregen, dat scheelde al een hoop gemekker.
Tegen 18u dan toegekomen bij de verhuurders, en gelukkig was alles OK. De eigenaar liet wel iets vallen dat ik te laat was, maar ik hield me van de domme en zei dat ik stomweg ergens verloren was gereden en de weg was kwijtgeraakt, maar dat ik ter compensatie een extra liter bezine er had ingedaan, om safe te spelen. Die mens content. Hij heeft me dan nog achter op zijn scooter naar mijn hotel gevoerd! :) Waar ik doodcontent toekwam, blij dat ik er na alle spanning toch nog was geraakt!
Jaja, het was me wel een dagje scooteren op Toba!:)

's Avond in een cafe nog een traditionele batakdans gezien, gevolgd door Batak-zang. Heel mooi.

De volgende ochtend nog een scooter gehuurd om de nabijgelegen toeristische attracties eens te gaan bekijken (had daar de dag ervoor immers geen tijd meer voor gehad :) ). Het graf van een koning was ok, maar interessanter waren de Stenen Stoelen, een circel met stenen stoelen (logisch toch) waar de Batak-koningen in de tijd dat ze nog kannibalen waren, recht spraken over criminelen. Een jonge lokale gids heeft me dan verteld hoe het in z'n werk ging, en eens de crimineel schuldig was bevonden, werd ie naar het volgende deel gebracht, waar hij eerst nog wat gefolterd werd om er zeker van te zijn dat de kwade geesten eruit waren, werd hij dan onthoofdm in stukjes gesneden en verdeeld onder de andere dorpsbewoners, die z'n vlees dan rauw opaten. Pittig detail, als de beul er niet in slaagde om het hoofd er in een haal af te kappen, sneed de koning het hoofd van de beul af en werd die opgepeuzeld. De crimineel mocht dan ergens in het bos gewoon verder gaan creperen (met een hoofd dat er dan half afhangt???). En dat gebeurde allemaal nog geen 200 jaar geleden...

Na dit appetijtelijk verhaal teruggereden naar het hotel om mijn zwembroek aan te doen en te gaan zwemmen in het heerlijke water van het meer. Nog wat souvenirs gekocht, en toen was het tijd om de boot terug naar het vasteland te nemen. Opnieuw vergezeld door dezelfde proppers, die de aangename gewoonte hebben om instant-vrienden van je te worden. Heel aangename mensen, de Batak. Relaxed, vriendelijk, enorm gastvrij,... geen wonder dat vroeger de "hippies" hier de full-moon-parties hielden, totdat Ko Pha Ngan in Thailand populaider werd.

Op het vasteland wachtte dan de taxi, een mooie monovolume, het soort openbaar vervoer voor de middenklasse, zo heb ik dat ook weer eens meegemaakt. Een goeie 5 uur later werd ik dan opnieuw afgezet aan JJ's Guesthouse, en was de Sumatraanse cirkel rond. De volgende ochtend het vliegtuig genomen van Medan naar Jakarta, en van daar naar Yogjakarta. Had wat gevreesd voor Lion Air, omdat het de goedkoopste luchtvaartmaatschappij was, maar de nieuwe Boeing 737-900ER was een proper vliegmachien, met net iets te weining beenruimte om goed te zijn voor mij en de sympathieke Amerikaan die in Bolivia woont en waar ik mag overnachten als ik ooit eens daar ben. Voor de kleine Indonesier die tussen ons in zat, was het net business class. Die zwom echt in zijn stoel, en zijn knieen kwamen amper voorbij het zitgedeelte. Naja, je kan het die airline ook niet kwalijk nemen dat ze het op maat van Indonesiers maken uiteraard. De vlucht van Jakarta naar Yogja was wel een heel pak krapper, maar duurde gelukkig maar een uur, en heb met mijn benen dan maar de middengang ingepalmd (had in beide vluchten een gangstoel gevraagd, uit voorzorg). Goeg geland in Yogja, taxi genomen naar het Viaviacafe (nauwe samenwerking met Joker) om daar al eens goeiendag te gaan zeggen, ingecheckt in het hotel en 's avonds genoten van de jazz (waar ik normaal niet goed tegenkan), het heerlijke eten, en het aangename gezelschap van Mie, de Belgische uitbaatster van de Viavia, en haar vrienden. Vandaag dan al een Yogja gaan verkennen, wat gezwommen, en de laatste voorbereidingen getroffen voor de aankomst van mijn groep, morgenvroeg.

Voila! het is gelukt! Jullie zijn up-to-date gebracht!

Tot een van de volgende posts!

Geplaatst door KennethZOA 3:45 Gearchiveerd in Indonesië Reacties (0)

Doe meer met Travellerspoint

Reis Blogs | Reis Forums | Reisgids

Sibayak-vulkaan in Berastagi

De eerste vulkaanbeklimming van Indonesie

De volgende ochtend de bus terug naar Medan genomen. De chauffeur bood me een plaats vooraan aan, waardoor ik verzekerd was dat ik tenminste niet ergens achteraan opeengepakt zou eindigen, want de chauffeur wil namelijk toch de nodige ruimte behouden om te kunnen sturen. In het begin was ik ook de enige passagier, maar al snel vulde het busje zich bij een markt enkele kilometers verderop. Mijn rugzak op het dak kreeg al snel gezelschap van dozen met godweetwat allemaal in, en enkele bakken vol kippen. Als je vooraan zit, zie je ook pas echt hoe slecht het wegdek er wel bijligt. Ik durfde ook quasi niet achterom kijken naar de andere passagiers, omdat zij zo opeengepakt zaten en ik nog kon bewegen... Naja, ik was ook 2 maal zo groot als de doorsnee Indonesier.

De chauffeur en zijn assistent hebben me in Medan de ideale aansluiting naar Berastagi bezorgd, met een groter buske dat zowaar een DVDspeler had. Alleen jammer dat er voortdurend Indonesiche schlagervideoclips getoond werden. Met de nodige Karaoke-ondertitels zowaar! Net alsof wij in de bus naar Laura Lynn zouden kijken. Gelukkig voelde geen enkele van de passagiers de drang om te beginnen meezingen. Wel een leuk babbeltje geslaan met een bomma, met dochter en kleindochter. Indonesiers zijn wel nieuwsgierige mensen. Ze stellen allerlei vragen, en zo lang je antwoord blijft geven blijven ze doorvragen, en ze verwachten dat jij vragen terugstelt. Een van de eerste vragen is altijd of ik getrouwd ben, of ik kinderen heb, wat ik voor werk doe, enzovoort. De mannen vinden het meestal wel geweldig dat ik alleen aan het rondreizen ben terwijl mijn vriendin thuis aan het werken is :)

In de namiddag in Berastagi toegekomen, in een guesthouse ingecheckt, en het stadje even gaan verkennen. Aangezien het op een hoogte van 1300m ligt, is het aangenaam koel. Ook vreemd is dat de inwoners hier je totaal gerust laten als toerist. Ze hebben namelijk een gezonde economie gebaseerd op landbouw, en hebben de inkomsten van toerisme niet nodig. Toch ook enkele bewonderende blikken en bijhorend gegiechel van het plaatselijk vrouwvolk gekregen. Hehe. Ook wel vreemd hier in deze landen is trouwens dat alle cosmetica 'whitening' is, zoals douchegel en zelfs deodorant (ah, toch mooi zo'n lekkere witte oksels !). Terwijl wij bleekscheten hopeloos veel moeite doen om een bruinere teint te krijgen, proberen zij krampachtig om er blanker uit te zien...Vreemd wezen toch, de mens.

De volgende ochtend een plannetje genomen bij de receptie van het hotel en de wandeling naar de vulkaan Sibayak aangevat. Ze probeerden me nog een gids te verkopen, maar van andere toeristen had ik gehoord dat dat helemaal niet nodig was. Dus ik goed voorbereid op weg, om 8u aan het hotel aangezet, met rugzak met lunchpakket, wat extra kledij, zaklamp (want ik moest maar eens verloren lopen en in de donkere ergens vast komen te zitten), en nog een paar survival spullen.

Na een half uurtje wandelen bereikte ik het hutje waar de klim begon. In het hutje moest ik wel nog eerst de volle 10 eurocent entreegeld betalen. Het pad dat de eerste kilometers breed geasfalteerd was ging gestaag omhoog, tot een soort parking, en vandaar begon de verdere klim. Op 1.5 uur was ik boven (te rekenen vanaf de hut), en de klim zelf was vrij makkelijk te doen. Boven aan de rand van de krater gestaan (ook even afgedaald naar de krater), en daar ook mijn lunch opgegeten, ook al was het maar 10u30. De fumarolen die een zwaveldamp uitstoten geven heel de omgeving wel een rotte-eierengeur, maar dat neem je er nu eenmaal bij, en dat was ik trouwens toch al gewoon van in Nieuw-Zeeland, waar ik enkele dagen in een stad heb gezeten waar die geur constant hing).
Vanop de top trouwens een prachtig zicht over de omgeving, de Vulkaan Sinabong die vlak naar Sibayak ligt, maar veel moeilijker te beklimmen is, en in de verte de supervulkaan Toba, mijn volgende bestemming.

De afdaling zelf ging langs een ander pad, en was veel moeilijker dan de klim. Het pad was niet echt duidelijk, het was er glibberig, met veel losse stenen. Gelukkig ging het na 400 over naar een junlgepad, maar ook dat was helemaal niet goed onderhouden. Na een goeie 2 uur afdalen eindelijk terug het dal bereikt, waar ik mezelf een welverdiend bad in een hotspring gegund heb. Ah, niets is zo goed als lekker weken in thermisch water. Het gezelschap gekregen van enkele Indonesiers wiens Engels slechter was dan mijn Bahasa Indonesia, maar toch enkele zinnige conversaties gevoerd, o.a. over het feit dat Indonesiers roken dat het geen naam heeft, net als schoorstenen.

Eens terug in Berastagi nog het marktje bezocht, met allerlei vreemde vruchten en minder vreemde vis. En dan het vervoer verder naar Toba geregeld. Had de keuze tussen de normale bus, die er minstens 6 u over doet, en waar je 3 keer moet overstappen, en de tourist bus, die er 3 uur over doet, maar 10 keer duurder was van de gewone. Heb dan maar voor de tourist bus geopteerd, en 450.000 rupiah (iets meer dan 30 euro) betaald, want ik was zowaar de enige passagier (ook heel weinig toeristen hier) en moest dus de hele minibus afhuren. Naja, ik wou niet opnieuw een hele dag op de bus zitten en zo snel mogelijk in Toba zijn, dus daar moet je dan ook de luxe-premie voor willen betalen.

Had een rustig avondje boek lezen bij het eten van een lekkere pizza en het drinken van een Heineken (shame on me, ja ik weet het). De volgende dag wachtte mij Toba, de supervulkaan! Zowat de hoofdreden waarom ik naar Sumatra ben gekomen.

Geplaatst door KennethZOA 3:04 Gearchiveerd in Indonesië Reacties (0)

Orang Utans op Sumatra!

(Jingle Bells) Junge Trek, Jungle Trek, in Bukit Lawang, See the monkey, see the bird, see Orang Utan!

Het is weer een tijdje geleden dat ik nog iets gepost heb hier, maar daar komt nu verandering in! Heb nu immers genoeg tijd om alle belevenissen in te halen terwijl ik hier op mijn Joker-groep wacht in Yogjakarta (Java).

Ziehier het verhaal van Kenneth in Sumatra!

Na de landing in Medan en de gewoonlijke immigratiepaperassen een becak (beetjsak, motor met zijspan, een soort van openbaar vervoer zoals een Tuktuk) genomen naar JJ's Guesthouse, mijn onderkomen voor de nacht. De Becakrijder stopt voor een groot wit huis (nergens guesthouse aangeduid, maar het is het correcte adres volgens de Lonely Planet), en er komt een ouder dametje de poort opendoen. Ze vraagt naar mijn nationaliteit en laat me binnen. Het is een grote oude Nederlandse villa (voormalige kolonisten hier), met grote ruime kamers, en bovendien spreekt het dametje nog Nederlands ook! Toen ze klein was kreeg ze Nederlandse les en dat heeft ze heel haar leven goed onderhouden. Haar man heet Jim Jansen, vandaar JJ. Later bleek die Jim Jansen vrij bekend te zijn op de plaatsen waar ik kwam.

Medan even verkent, niets bijzonders, druk, vuil, nergens een voetpad en teveel becakrijders die je vragen of ze je moeten voeren. Het paleis van de Sultan gaan bekijken en de Zwarte Moskee, en dan toch maar een becak terug genomen, kwestie van het mezelf wat makkelijk, en veiliger te maken. 's Avonds wel nog teruggekeerd naar het centrum, want daar was een Ramadan-foor aan de gang. Elke avond werd er daar een heus volksfeest gebouwd, grote lange tafels in het midden van de straat, overal eetkraampjes, een groot podium met optredens, en ne Vlaamse kermis. Neemt eigenlijk wel heel de filosofie van 'vasten' weg als ge elke avond feest he. Ik was daar de enige buitenlander (er zijn over het algemeen heel heel weining toeristen in Sumatra), en had dus enorm veel bekijks. Supervriendelijke mensen allemaal, die mij allemaal uitnodigden om bij hen te komen zitten en eten. Uiteindelijk gaan zitten bij een groep mensen, waar een struise vrouw mij had aangemaand om de stoel naast haar in te nemen. Ze bleek een plaatselijk flik te zijn, echt eentje die je niet tegen je wil hebben :) Daar dan nasi goreng gegeten, en een hele tijd gebabbeld met de plaatselijke jeugd daar, die hun Engels wat wilden oefenen. Ik heb daar dan ook wat Bahasa Indonesia geleerd. Tellen enzo, heel plezant.

De volgende dag vertrok in naar Bukit Lawang. Een Nederlandse vrouw die ook in hetzelfde guesthouse zat, had een gids onder de arm genomen om haar te begeleiden, en ik mocht mee. De gids heette Edy en sprak ook goed Nederlands. Busje in naar Bukit Lawang. Het ligt amper 100 km van Medan verwijdert, maar toch heeft het een goeie 3u geduurd eer we er waren. Dat heeft enerzijds te maken met de erbarmelijke staat van de Sumatraanse wegen (putten dieper dan de Belgische begroting), de erbarmelijke staat van het busje, en het feit dat het busje overal stopt waar mensen willen instappen. Mijn rugzak werd al snel op het dak gebonden, met een klein touwtje dat ik niet uit het oog verloor :) , en de mensen bleven maar instappen. Waar er in heel het busje plaats was voor 12 personen, zaten we op een gegeven moment met 17 erin. Hmmm, niet veel personal space hier in Sumatra. Op de bus ook Kino leren kennen, een gids in Bukit Lawang die zijn klanten binnenhaalt tijdens de busrit naar Bukit Lawang (Lonely Planet had hiervoor gewaarschuwd dat dat de courante praktijk was).

Bukit Lawang is een dorpje vlak bij het Gunung Leuser Nationaal Park, waar ook een Orang Utan rehabilitatiecentrum is gevestigd om Orang Utans uit gevangenschap te halen en terug te leren overleven in de Jungle. Het centrum heeft zo enkele 100en beesten succesvol terug in hun natuurlijke habitat leren leven. In de namiddag naar de 'feeding' gaan kijken, waar de OU's die het nodig hebben extra voeding (melk en bananen), kunnen krijgen. 45 minuten naar het feedingplatform staan kijken, maar geen enkel beest gezien, buiten een paar reuzegrote mieren. Hmmm. Jammer. Op de weg terug toch in de verte een OU met haar kleintje zien hangen, wel vreemd, zo een grote rosse plek tussen al dat groen. Toen we terug bij de ingang waren, was de OU al naar beneden aan het komen, en kwam ze langs alle bezoekers gelopen naar de emmer melk en de tros bananen. Tot op 1m van de mama met haar 3 jarig kindje gezeten, vlot fotos en filmpjes makend. Echt prachtig om zo'n dier van echt dichtbij te kunnen zien.

's avonds bij gids Kino dan de tweedaagse trektocht geboekt (ik zou gezelschap krijgen van 6 anderen in het totaal). De volgende ochtend vertrokken we, en Kino koos gelukkig voor minder platgetreden paden, zodat de jungle walk best wel avontuurlijk was. Hij had enkele medegidsen die ook in het park waren en zochten naar OUs. Van zodra ze een zagen zitten, belden ze hem om te zeggen waar die zat (lang leve de moderne communicatiemiddelen). In totaal 7 OUs gezien, wilde en semi-wilde (gerehabiliteerde), waarvan 4 grote en 3 jongkies. Een van de grote was echt wel wild, aangezien die onze aanwezigheid echt niet apprecieerde en dreigende gebaren maakte en zelfs een grote dode tak naar beneden gooide, om amper een meter van onze groep. Toch maar snel weggegaan daar. Naast OUs ook nog Langstaart Makaken, Thomas Leaf Monkeys en Gibbons gezien.

Rond 17u bereikten we onze kampplaats, midden in de jungle, vlakbij een glasheldere rivier. Met bamboestokken was een frame gemaakt, waar een plastic zeil over was gespannen. Dat was onze tent. In een soortgelijke kooktent waren andere helpers al bezig met het bereiden van het heerlijke avondmaal, terwijl we zwommen in de rivier, en genoten van de natuurpracht.
'S avonds rond het kampvuur nog wat spelletjes gespeeld, en kaarttruuks uitgewisseld.

De volgende ochtend een geweldig verzorgd ontbijt gekregen, en nog wat gaan zwemmen in de rivier, vlakbij een kleine waterval. Na de lunch kwam ons transport terug naar het dorp aan. 5 vrachtwagenbinnenbanden werden in een rij aan elkaar gebonden, en vormden zo ons raft. Bagage erop, wij in de banden, en hop, de rivier af. Meestal was de rivier vrij kalm, hoewel sommige stroomversnellingen ons toch goed nat maakten. Een 45 minuten later bereikten we dan terug het dorp. Het was een zeer geslaagde tweedaagse, veel beestjes gezien, goed gestapt over avontuurlijke paden, lekker gegeten, leuk gezwommen. Toppie!

Daar nog een avond gebleven, want mijn volgende halte waren de vulkanen in Berastagi, en daarvoor moest je de bus terug naar Medan nemen en daar overstappen, alleen zou het heel nipt geweest zijn om de aansluiting in Medan te halen, en het verkeer kennende, koos ik ervoor om nog een nacht in Bukit Lawang te blijven. Liever daar dan in Medan. Bukit Lawang is in 2003 getroffen door een flash flood (riviertsunami), veroorzaakt door een aardverschuiving. Quasi heel het dorp is van de kaart geveegd, met enkele 100en doden. Hier en daar zie je nog sporen waar vroeger een restaurant of een hotel was. Ondertussen is men druk bezig met alles herop te bouwen.

Volgende post: vulkaan Gunung Sibayak in Berastagi!

Geplaatst door KennethZOA 2:16 Gearchiveerd in Indonesië Tagged ecotourism Reacties (0)

Goedkope accommodatie in Indonesië

Lees recenties van andere leden van Travellerspoint.

Maleisie

Zowat het best ontwikkelde land hier in de buurt

sunny 35 °C

Vanuit Siem Reap ben ik met AirAsia (de Ryanair van hier) naar Kuala Lumpur gevlogen. Zoals Ryanair landen die niet in de mooie luchthavens (KLIA in Kuala Lumpur), maar een verouderde terminal (LCCT), maar toch in hetzelfde luchthavengebied. Na een goeie 10 minuten stappen van het vliegtuig naar de terminal vlot bagage opgehaald en de immigratie gepasseerd (heel makkelijk als je uit een beter ontwikkeld land komt, geen enkele official denkt er ook maar aan of je illegaal in het land zou willen blijven).

Met de luchthavenbus naar het centraal station in KL gereden (1 uur ver, voor 8 ringgit, +-1.3 euro). Onderweg babbeltje geslaan met een duiker op een olieboorplatform die er net een shift van weken op had zitten en nu onderweg was naar vrouw en kinderen. Hij wist me te vertellen dat het beter was met de bus naar Taman Negara (mijn volgende bestemming, na KL) te gaan, dan met de trein. Aan het centraal station dan met de skytrain (monorail 20m boven de grond) naar mijn hotel gegaan (dat ik in de luchthaven had opgebeld om de laatste kamer die ze hadden te reserveren). De kamer bleek van een veel lagere standaard te zijn dan ik gewoon was ik cambodia. Vasttappijt, basic bedden, en that's it. Gezamelijk sanitair (douche is in de wc :) ) Nu ik alleen reis, boek ik meestal heel basic logies, om de prijs wat te drukken, en om het feit dat ik de kamer alleen maar gebruik om te slapen en er verder quasi niet in verblijf. Gelukkig had ik een kamer voor 3, en kon ik mijn rommel mooi uitspreiden over de 2 andere bedden.

Aangezien ik over een vrij beperkt aantal dagen beschik, heb ik de volgende dag alles bezocht wat de moeite waard was: Chinatown, de grote communicatietoren bezocht waar je van boven een heel mooi zicht had over KL, de Petronastorens eens gaan bekijken, maar niet binnengegaan. Het Vogelpark vond ik heel plezant, veel mooie gekleurde vogels, zeker omdat je ze van dichtbij kon zien, zoals de Rhinoceros Hornbills. Daarna nog een kijkje gaan nemen in de grote nationale moskee (waar er plaats is voor maar liefst 15000 gelovigen), en daar een boeiend gesprek gevoerd met een dame die uitleg gaf over de islam (Maleisie is een moslimland). Blijkbaar zijn er niet alleen veel maagden in de hemel voor de mannen, maar ook veel jonge viriele knapen voor de dames :)
Voor de rest is KL een vrij aangename stad, met veel expats (en dus veel coole bars), shoppingcentra, goeie restaurants (enorm lekker gegeten - heb een duurder restaurant uitgekozen, om mezelf wat te verwennen, want ik miste mijn Okke toch wel een beetje :) )

De volgende dag werd ik opgepikt aan mijn hotel door het reisagentschap waarbij ik de trip naar het grote nationaal park Taman Negara had geboekt. Met de bus en boot ernaartoe (3 uur bus en 3 uur boot -zo'n kleintje, waar uw gat van zeer doet na 3 uur stilzitten want ge hebt geen plaats om te bewegen). Gelukkig zat er nen Taiwanees naast mij die in zijn beste Engels vertelde dat hij voor HTC werkte en gsms ontwikkelde, en nu op vakantie was voor de volle 5 dagen. Ik heb maar niet verteld dat ik 2 maanden rondtoer.

Taman Negara Nationaal park is mooi, maar ook niet echt overweldigend (misschien ben ik al gewend geraakt aan de natuurpracht en doet het me niet zoveel meer als zou moeten). De omgeving op zich was prachtig, de accomodatie daarentegen was wederom heel basic 9 dat he je als je de goedkoopste optie kiest). Had een volledig pakket geboekt via een reisagent (vervoer, overnachting, maaltijden, activiteiten, en vervoer verder noordwaarts). Restaurant was doenbaar, maar ook niet meer dan dat. Elke avond en middag: Rijst, kip, een groente (zowaar variatie), en fruit (ene dag meloen, andere dag watermelon). De matriach van het spel was de ene dag nog vriendelijk, maar van zodra de ramadan begon (de 2e dag daar), was haar humeur (en de andere medewekers daar) vrij nors en grumpy (moe en honger, dat kennen we he). Gelukkig waren er nog enkele andere plezante toeristen waar ik me wel goed mee geamuseerd heb.

De eerste nacht nog Night jungle walk gedaan, de volle 600m! Toch twee slangen, een schorpioen, een grote spin en in de verte enkele herten gezien. De volgende dag eerst een tocht gedaan naar een uitkijkpunt, was een mooie klim, maar makkelijker dan wat we gewoon zijn :) , aansluitend een canopy walk, 40m hoog, in het bladerdek, was er een 300m lange smalle loopbrug. Wel plezant om te doen. In de namiddag eerst met de boten over wat stroomversnellingen - iedereen goed nat - en daarna een bezoek gebracht aan een lokale batek-stam. Dat was beter dan de hilltribes in Thailand. Hier toonden ze echt hoe ze vuur maakten, kregen we een hele uitleg over hoe ze leven, wat hun tradities zijn, hoe hun maatschappij in elkaar zit, en ze toonden hun blowpipe waarmee ze jagen. Nadien mochten wij ook eens met de blowpipe proberen een doel te raken en de 2e keer is het mij gelukt! Juih. Het stamhoofd zei dat ik mocht blijven als ik wou :)

Dat was het einde van de activiteiten, en de volgende dag was bus-dag, in totaal 6u op de bus gezeten om van Taman Negara naar Kuala Besut (Noord-Westen) te gaan, waar de fast ferry vertrok, naar de Perhentian Islands.

Pulau Kecil (small island) is een prachtig eiland. De prachtige stranden lijken veel op die van Ko Pha Ngan, maar het eiland is veel kleiner. De wit-zand-en palmboom-stranden, waarvan een aan de ene kant van het eiland en een ander aan de andere kant, zijn waaw, en je kon in tien min van de ene kant naar de andere wandelen, door de jungle. Mooi. Het zeewater was 31 graden. Echt verfrissend dus niet, maar uiteraard wel aangenaam.

Heb een mooie chalet kunnen vinden die nog vrij was (alles is daar quasi volgeboekt de hele tijd en het is first come first serve, dus als ge daar om 17u30 toekomt hebt ge meestal niks meer), een beetje naar boven in de jungle, met mooi zicht op de zee. Daar dan gisteren en vandaag gaan duiken: gisteren een refreshing course om alles op te frissen van kennis en technieken, ook omdat de duikclub dat eiste omdat ik mijn brevet niet bijhad. Tijdens de cursus ook nog een duik gedaan. Prachtige koralen en heel kleurrijke vissen gezien. De dag erna dan 2e duik gedaan, naar de Pinnacle, een grote kegelrots die van 20m diep naar de oppervlakte gaat, vol met allerlei vissoorten, heel mooi, maar ik had precies den indruk dat ik de duik van gisteren mooier vond (toen scheen de zon wel, dat zal het verschil zijn). Bovendien was de zee heel ruw, en was ik een beetje zeeziek bij het aandoen van het materiaal, zodat ik me niet echt lekker voelde bij het naar beneden gaan. Na een half uur bereikte ik de reserve-hoeveelheid van mijn lucht en moest ik terug naar boven (samen met een grote zwarte amerikaan die ook bijna zonder lucht zat - grote longinhoud he ;) ). Eens aan de oppervlakte had ik opnieuw veel last van de deining, en nog geen minuut na het bovenkomen heb ik lekker in de zee moeten kotsen. Jammie, en al dat zout zeewater maakt het er niet beter op :) Op de boot dan gewacht-samen met nog een ander meisje dat duidelijk ook geen zeebenen had - op de duikmaster en de 2 andere duikers. Uiteraard was de deining er niet minder op geworden en dan opnieuw mijn ontbijt - banana pancakes met chocoladesaus, kwestei van goedgevoed aan de duik te beginnen - langs de verkeerde weg naar buiten zien komen. Voor de rest van den dag dan vrij mottig geweest. Wat cola en water gedronken, en een stuk watermeloen en een mango gegeten, en dat was het. Een paar uur later de ferry naar het vasteland genomen, want de volgende dag had ik een vlucht van Kota Bahru naar KL, vanwaar ik verder vloog naar Medan, Sumatra, Indonesie, waar het volgende stuk van mijn solo-avontuur zich afspeelt. In Kota Bahru zelf was niet veel te beleven, daar wel heel lekkere chicken massala gegeten, kwestie van mijn maag te laten weten dat het mocht gedaan zijn met lastig doen.

De volgende ochtend met de taxi (een oldtimer mercedes) naar de luchthaven op weg naar Indonesie!

To be continued...

Geplaatst door KennethZOA 3:57 Gearchiveerd in Maleisië Reacties (0)

De omgeving rond Angkor Wat

Indiana Jones/Lara Croft spelen in Beng Mealea en het paaldorp Kompong Phluuk

sunny

Na de stevige fietstocht van de dag voordien, hadden we vandaag opnieuw afgesproken met Saa, onze prive-chauffeur die ons van de luchthaven naar het hotel had gebracht en bleef aandringen om hem in te huren. Eerst zijn we Beng Mealea gaan bezoeken, op een dik uur rijden van Siem Reap. Beng Mealea is de door jungle overwoekerde versie van Angkort Wat: een vrij grote tempel/paleis, helemaal geruineerd door megagrote boomwortels en andere planten. Echt indrukwekkend om te zien (en quasi geen enkele andere toerist te bespeuren, in tegenstelling tot de busladingen vol in Angkor). Toen we braaf bij het binnengaan het pad volgden, werden we al snel gespot door spelende kinderen daar, die ons wenkten om in de ruines zelf te gaan, en van het pad af te wijken. Avontuurlijk zoals we zijn, hebben ze onmiddellijk te uitnodiging aanvaard en waren we al snel aan het klimmen en klauteren over grote rotsblokken die ooit het dak van de tempel gevormd hadden. Die kinderen hebben echt de beste speeltuin ooit! We voelden ons echt Indiana Jones en Lara Croft, behendig en behoedzaam onze weg banend door de doolhof van gangen, gallerijen, de voormalige bibliotheek, trappen en rotsblokken, vol bewondering voor de bomen die er toch maar goed in slagen om de dikke muren als lucifers te laten breken.

P1030937.jpg

Na de speeltijd opnieuw de wagen in op weg naar Kompong Phluuk, een dorp langs de rand van het meer. Aangezien de auto niet de hele weg kon afleggen, moesten we na een eindje meerijden met een brommer, die ons tot aan de rand van het meer bracht, vanwaar kleine bootjes naar het dorp vaarden (en dat was nog 45 minuten varen). Aangezien het meer het teveel aan water van de Mekong opvangt, varieert het waterpeil enorm al naargelang het seizoen. Alle huizen zijn dan ook op 6m hoge palen gebouwd, om bij de hoogste stand de voetjes nog droog te kunnen houden. Toen we er waren stond het water 3m hoog, dus de volle glorie van de palen hebben we niet kunnen zien, maar het was hoedanook enorm indrukwekkend om te zien hoe de huizen metershoog boven het meer zweefden. Er waren zelfs kleinevlotten die dienden als varkensstallen! Alle verkeer verliep er met bootjes, vandaar ook soms de naam 'floating village'. Echt de moeite om te zien.

Iets na de middag waren we terug in Siem Reap, waar we na de lunch nog wat winkeltjes en marktjes hebben bezocht, denk ik, echt goed weet ik het niet meer.

Een van de avonden dat we er waren (weet niet meer goed welke), hebben we ook nog een voetmassage laten doen. Allez, ik toch, voor Okke was het een pedicure en manicure, en tegen dat mijn voetmassage gedaan was, was haar pedicure bijna gedaan en kon ik tijdens haar manicure rustig een pint gaan drinken in een bar ernaast, waar de cocktailshakers trouwens mooie choreografieen uit hun shakers schudden. Erna werd er in een kleine cinema ook nog een documentaire getoond over Pol Pot en de Rode Khmer, hoe het ontstaan is, en welke gruwelijkheden er zich allemaal hebben afgespeeld. Niet echt opbeurend, maar toch bijzonder interessant om te zien en te weten wat er gebeurd is.

En andere avond hebben we ook onze voetjes eens in een bad gezet vol vissen, genaamd Dr Fish (echte naam Gadda Rufa of zoiets). Die beestjes hebben de leuke eigenschap dat ze aan uw voeten komen peuzelen en zo dode huid wegeten. Het kriebelt enorm! Zeker als je als enige in het bad zit en bijna alle vissen met uw voeten komen spelen. Bijten doen ze niet echt, het is eerder een soort van kusjes geven, maar ze hebben weldegelijk stukjes huid van mijn voeten verorbert. Heel plezant.

De volgende dag was onze laatste volledige dag in Cambodia (en van onze reis samen), en die hebben we rustig in Siem Reap doorgebracht. Eerst in een buitenwijk gaan wandelen, naar de tuin van een beeldhouwer die o.a. een grote miniatuurversie van Angkor Wat had gemaakt (heel mooi). Voor de rest heeft Okke nog wat marktjes gedaan, en heb ik naast het zwembad gelegen om mijn reis naar Maleisie eens uit te dokteren (dat ging tijd worden want de volgende dag was het al zover). ' avonds nog eens de nightmarket gedaan, om de laatste souvenirs te kopen, en nog eens lekker te eten (Indisch) in een van de gezellige steegjes van de stad.

De volgende ochtend was het dan zover. De laatste dag van onze reis samen. Ik vloog die ochtend richting Kuala Lumpur, Maleisie, en Okke vloog in de nammiddag eerst terug naar Bangkok, om daarna terug te vliegen naar Belgie. Privechauffeur Saa kwam ons halen aan het hotel, om ons naar de luchthaven te brengen. Na de incheck volgde een moeilijker dan verwacht, emotioneel afscheid. Het vliegtuig wachtte echter niet, en dus scheidden daar voorlopig onze wegen, om elkaar 5 weken later blij weer te zien. Ik dus het vliegtuig op, en Okke terug naar het hotel met Saa (die het allemaal niet goed begreep).

De vlucht verliep voorspoedig, en vol spanning landde ik in Kuala Lumpur, Maleisie, helemaal alleen, waar mij ook allerhande avonturen stonden te wachten.

Als extraatje ook nog een foto van een Orang Utan in Bukit Lawang, Sumatra, waar ik net een tweedaagse heb gedaan.

P1040147.jpg

P1040199.jpg

Geplaatst door KennethZOA 3:50 Gearchiveerd in Cambodja Reacties (0)

(Berichten 1 - 5 uit 15) Pagina [1] 2 3 » Volgende